|
Wettelijke aansprakelijkheid
Naam wet of regeling: Burgerlijk
Wetboek artikel 6: 162 lid 1.
Doel: Het schadeloos stellen van
iemand die schade ondervindt door degene die de schade
veroorzaakt.
Voor wie: Vrijwilligers.
Inhoud: Uitgangspunt van de wettelijke
aansprakelijkheid is dat iedereen zijn eigen schade draagt. Er
zijn echter situaties dat het onredelijk is dat de benadeelde
de schade voor eigen rekening moet nemen. In dat geval kan de
veroorzaker op grond van wettelijke bepalingen aansprakelijk
gesteld worden voor de schade.
Aansprakelijkheid Het begrip
aansprakelijkheid heeft te maken met schuld. Bij schuld hoeft
overigens geen sprake van opzet te zijn. In principe is iemand
aansprakelijk als sprake is van 'toerekenbaar verwijt' bij een
handeling waardoor schade ontstaat. In de wet staat dit
omschreven als:
'Hij, die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt,
welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade, die
de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.'
Behalve voor schade die u zelf veroorzaakt, kunt u op grond
van de wet ook aansprakelijk worden gehouden voor schade die
door een andere oorzaak is ontstaan. De schade wordt dan
veroorzaakt door personen of goederen die onder uw
verantwoordelijkheid vallen. Zo kunnen werkgevers in hun
hoedanigheid (kwaliteit) van werkgever verantwoordelijk worden
gesteld voor schade die hun werknemers veroorzaken. We spreken
dan van kwalitatieve aansprakelijkheid. Bij vrijwilligers ligt
dit genuanceerder. Een vrijwilliger is geen echte werknemer en
behoudt zijn hoedanigheid als particulier. Afhankelijk van de
situatie zal de schade die aan de vrijwilliger toegerekend kan
worden door de vrijwilliger zelf moeten worden vergoed. Dit
geldt ook voor schade die aan vrijwilligers onderling wordt
toegebracht. Naast de particuliere
aansprakelijkheid van de vrijwilliger is het mogelijk dat de
rechtspersoon waarvoor de vrijwilliger werkzaam is, wordt
aangesproken op de schade die door de medewerkers is
veroorzaakt. Iemand kan als medewerker worden betiteld
als diegene werk verricht in opdracht of onder regie van de
organisatie. Een gedupeerde kan in dat geval de medewerker, de
organisatie maar ook beide aansprakelijk stellen. De
verzekeringsmaatschappijen of de rechter zullen in zo'n geval
bepalen wie uiteindelijk de schade gaat vergoeden.
Verzekeringen In geval van
aansprakelijkheid bestaan er twee vormen van verzekeringen:
de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren
(AVP) en de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
(AVB). De AVP dekt de schade waarop de vrijwilliger in zijn
hoedanigheid als particulier wordt aangesproken. De AVB dekt
de schade waarvoor de organisatie wordt aangesproken. Voor het
vrijwilligerswerk worden beide verzekeringen aangeboden. In
het geval van de AVP is sprake van een secundaire dekking, wat
inhoudt dat de verzekering pas uitkeert als de eigen
aansprakelijkheidsverzekering onvoldoende dekking biedt of als
de vrijwilliger niet verzekerd is.
Omdat een aantal verzekeringsmaatschappijen de AVB
afhankelijk stellen van het aantal vrijwilligers dat voor de
organisatie werkzaam is, bieden zij de AVB gecombineerd aan
met een AVP. In dat geval is de keuze voor een polis waarin de
vrijwilligers voor aansprakelijkheid verzekerd worden of een
polis waarin vrijwilligers en organisatie voor
aansprakelijkheid verzekerd zijn. In het laatste geval zijn de
kosten naast een instapbedrag een gecombineerd bedrag voor AVP
en AVB.
|