|
Onkostenvergoeding vrijwilligerswerk
Naam wet of regeling: Coördinatiewet
sociale verzekering, regels met betrekking tot onkosten
vergoeding voor vrijwilligers.
Voor wie: De belastingdienst hanteert
de volgende definitie van een vrijwilliger: 'Een vrijwilliger
is een persoon die niet beroepshalve en op vrijwillige basis
werkzaamheden voor een niet commerciële vereniging verricht,
zonder dat hij daarvoor een reële arbeidsbeloning
ontvangt'.
Doel: Vaststellen van de
onkostenvergoeding voor het vrijwilligerswerk.
Inhoud: Vrijwilligersorganisaties
kunnen een vergoeding geven voor de kosten die te maken hebben
met het vrijwilligerswerk. Het kan een vergoeding zijn van de
werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten. Het kan ook een vast
bedrag zijn - de zogenaamde forfaitaire vergoeding - voor
kosten die niet aangetoond hoeven te worden. Organisaties zijn
niet verplicht een onkostenvergoeding te betalen. Ze mogen
zelf beslissen of zij een onkostenvergoeding geven. Ook mogen
zij beslissen hoe hoog die vergoeding is.
De onkostenvergoeding voor vrijwilligers is bedoeld om de
administratieve lasten voor organisaties en vrijwilligers te
beperken. Om rompslomp met bonnetjes te voorkomen kunnen
organisaties er voor kiezen een vast bedrag te geven als
tegemoetkoming in de kosten. Het is niet mogelijk om
naast een vast bedrag ook de werkelijk gemaakte te kosten of
een kilometervergoeding te geven.
Mogelijkheden onkostenvergoeding:
-
De vrijwilliger ontvangt geen vaste
vergoeding Werkelijk gemaakte kosten, die
aantoonbaar zijn door middel van bewijsstukken (bonnetjes),
kunnen op basis van een ingediende declaratie worden
vergoed. Bijvoorbeeld een na te rekenen aantal
autokilometers van huis naar vrijwilligerswerk.
-
De vrijwilliger ontvangt de
vrijwilligersvergoeding Een belangrijk kenmerk
van vrijwilligerswerk is dat de vergoeding niet in
verhouding staat tot de omvang van de verrichte
werkzaamheden. Bovendien moet die vergoeding het karakter
hebben van een onkostenvergoeding. In 2004 bedraagt de
onbelaste, maximale vergoeding € 21,- per week, met een
maximum van € 735,- per jaar. Als de vrijwilligersvergoeding
wordt toegepast, hoeft de vrijwilliger niet te bewijzen dat
er kosten zijn gemaakt. De vrijwilligersvergoeding sluit een
aanvullende vergoeding van werkelijk gemaakte kosten (zie 1)
uit. Met andere woorden, de vrijwilliger kan naast de
vrijwilligersvergoeding niet ook nog een kilometervergoeding
worden vergoed.
-
De vrijwilliger ontvangt een vergoeding hoger
dan de vrijwilligersvergoeding Daartegen bestaat
geen bezwaar, maar wanneer niet aangetoond kan worden dat de
vrijwilliger dit bedrag ook voor het vrijwilligerswerk heeft
uitgegeven is deze vergoeding belast. Het gehele bedrag moet
dan aan de belastingdienst worden opgegeven. Dat is een
wettelijke plicht voor de organisatie die uitbetaalt en voor
de vrijwilliger die ontvangt. Via het IB 47 formulier kan
de vereniging in één keer achteraf van alle vrijwilligers de
ontvangen vergoeding op weekbasis én op jaarbasis (met naam,
adres en sofi-nummer) opgeven aan de belastingdienst.
Vrijwilligers doen zelf aangifte. De Belastingdienst
controleert dat. Wanneer geen opgave wordt gedaan, kan de
vereniging bij een fiscale controle een naheffing van
sociale premies, meestal vermeerderd met een boete,
verwachten. 'Niet weten' is geen reden voor
kwijtschelding. Het is voor de organisatie gebruikelijk
om aan alle vrijwilligers en in het begin van een jaar, een
overzicht te sturen met het bedrag 'verdiend in het
afgelopen kalenderjaar' dat aan de belastingdienst zal
worden opgegeven. Hij of zij wordt gevraagd binnen veertien
dagen kenbaar te maken of de voorgenomen opgave klopt. Bij
geen bericht wordt het bedrag daadwerkelijk opgegeven.
-
De vrijwilliger ontvangt een werkelijk loon als
gevolg van een dienstverband Het is mogelijk een
vrijwilliger een dienstverband of een oproepcontract aan te
bieden. De dan geldende voorschriften zijn onverkort van
toepassing. De vereniging treedt in dit geval op als een
normale werkgever.
|