|
De kilometervergoeding voor vrijwilligers
Naam wet of regeling: Belastingwetten
(Belastingplan 2004).
Doel: Vaststelling van de
belastingvrije kilometervergoeding voor vrijwilligers.
Voor wie: Bestuur en vrijwilligers.
Inhoud: Vrijwilligers kunnen te allen
tijden de werkelijk gemaakte kosten voor het vrijwilligerswerk
vergoed krijgen. Hieronder vallen ook de kosten voor openbaar
vervoer of eigen auto. In principe zijn hiervoor twee
mogelijkheden: vrijwilligers krijgen de daadwerkelijk gemaakte
kosten of een forfaitair bedrag van maximaal € 21,- per week
met een maximum van € 735,- per jaar terug. Een combinatie van
deze twee is niet mogelijk. De belastingvrije
kilometervergoeding zoals deze voor werknemers is vastgesteld
(€ 0,18), is niet van toepassing voor vrijwilligers. Ook
bestaat er voor vrijwilligers geen grens voor een minimum aan
kilometers waarvoor vergoeding mogelijk is.
Geen belastingvrije
kilometervergoeding Veel organisaties hanteren de
belastingvrije kilometervergoeding voor werknemers wanneer
vrijwilligers voor hun vrijwilligerswerk de eigen auto
gebruiken. Daardoor is de belastingvrije kilometervergoeding
binnen het vrijwilligerswerk een eigen leven gaan leiden.
Binnen de wetgeving blijkt hiervoor geen enkele grond te
bestaan, want vrijwilligers kunnen te allen tijden de
werkelijk gemaakt kosten voor het vrijwilligerswerk vergoed
krijgen. Ook de werkelijke kosten van een auto per
kilometer!
De daadwerkelijk gemaakte kosten Bij
het gebruik van de eigen auto kan door vrijwilligers gekozen
worden voor een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte
kosten. Wanneer de totale onkostenvergoeding (kilometerkosten
inclusief andere gemaakte kosten) van de vrijwilliger boven de
€ 21,- per week of € 735,- per jaar komt, moet de
kilometervergoeding onderbouwd kunnen worden. Gebeurt dat
niet, dan kan dat de Belastingdienst dit uitleggen als een
vorm van betaling en zal dit dan ook zo behandelen. Dit
betekent voor vrijwilligersorganisaties dat voor het niet
onderbouwde deel van de kilometervergoeding een IB 47
formulier ingevuld moet worden en de vrijwilliger zal het op
de jaarlijkse belastingaangifte moeten vermelden als inkomen.
Wanneer de totale onkostenvergoeding van vrijwilligers per
week minder dan € 21,- en per jaar minder dan € 735,- is,
vindt er geen toetsing plaats aan de vraag of het gaat om de
werkelijk gemaakte kosten.
Onderbouwing van de
kilometervergoeding De onderbouwing van de
reiskosten is eenvoudig voor de situatie waarbij de
vrijwilliger per openbaar vervoer reist. De kaartjes voor
trein, bus, tram en taxi gelden als legitieme onderbouwing.
Bij gebruik van de eigen auto ligt dit wat complexer. De
daadwerkelijke kosten die een auto maakt verschillen per merk
en type. De ANWB heeft staatjes waarin voor bijna elk autotype
inzicht verkregen kan worden in de kosten. Hoewel dit niet de
daadwerkelijke kosten zijn, geven ze wel een goede indicatie
wat de daadwerkelijke kosten zullen zijn. Als zodanig zijn ze
dus wel bruikbaar voor de onderbouwing van de
kilometervergoeding.
Geen kilometervergoeding voor de fiets of
lopen Vrijwilligers kunnen geen aanspraak maken op
een kilometervergoeding wanneer ze hun kilometers lopend of
per fiets afleggen. Werknemers kunnen dat volgens de nieuwe
belastingregels voor 2004 wel.
|